|
Medio 2010 bleek de borgstellingcapaciteit van het Waarborgfonds Kinderopvang voor het eerst in zijn geschiedenis volledig benut te zijn. Sindsdien schommelt de resterende capaciteit rond de nul procent. Kinderopvangondernemers komen slechts in aanmerking voor een borgstelling, als er capaciteit vrijkomt door het aflopen van bestaande borgstellingen.
|
|
|
De vraag naar borgstellingen in 2010 bleek onverminderd groot te zijn, waardoor het investeringstempo in de kinderopvang vertraagd. In 2009 voorzag het Waarborgfonds al dat deze situatie zou ontstaan. Directie en raad van toezicht deden meerdere keren een beroep op de overheid om de kinderopvangsector meer garantiekapitaal ter beschikking te stellen. Ook de politiek droeg haar steentje bij; een motie met hetzelfde doel wordt nog steeds aangehouden en draagt in 2011, naar wij hopen, bij aan een positieve wending van deze situatie.
Met het oog op de huidige bezuinigingspolitiek zijn we echter ook op zoek naar alternatieve mogelijkheden om het garantiekapitaal aan te vullen. Een verhoging van de hefboom waarmee borgstellingen worden verstrekt, lijkt uitkomst te bieden. Hierdoor zouden meer borgstellingen kunnen worden verstrekt, bij een gelijkblijvend garantievermogen. De sector betaalt dan echter wel een prijs, namelijk in de vorm van een strengere risicobeoordeling door het Waarborgfonds. Hierdoor kunnen bestaande organisaties in financiële problemen komen en wordt het voor starters moeilijker om aan een borgstelling te komen. En dat gaat weer ten koste van de marktwerking. |
|
Ondertussen kijkt het Waarborgfonds, samen met de sector, vooruit. In oktober 2010 organiseerden we een besloten werkconferentie over toekomstige investering- en financieringsvraagstukken in de kinderopvang. Samen met vertegenwoordigers uit de kinderopvang, het onderwijs, de bancaire sector en de overheid, werd een toekomstagenda opgesteld. Deze agenda hebben wij inmiddels gepubliceerd op onze website. Juist die agenda vormt voor 2011, en de jaren daarna, een belangrijke leidraad voor de doorontwikkeling van het Waarborgfonds.
Deze toekomstagenda biedt echter ook aanknopingspunten voor de sector als geheel. Zij moet het namelijk voor het eerst in twintig jaar tijd niet alleen zonder de vanzelfsprekendheid van ondercapaciteit doen, maar ook zonder de zekerheid van overheidssteun. Hierdoor komt het enerzijds de komende jaren vooral aan op individuele ondernemerskwaliteiten. Anderzijds zal juist collectief optreden belangrijk blijken te zijn om de reguleringonzekerheden het hoofd te kunnen bieden. Het is dan ook verheugend dat de oudervereniging, de beide werkgeversverenigingen, Kwaliteit In Kinderopvang (KIK), KINDwijzer, Kinderopvang Nederland (KN) en het Waarborgfonds de handen ineen hebben geslagen om één van de agendapunten meteen al begin 2011 op te pakken. Namelijk een maatschappelijke kosten- en batenanalyse (MKBA) van de kinderopvang. Het rapport, dat in mei zal worden opgeleverd, zal inzicht bieden in het netto maatschappelijk effect van kinderopvang, uitgedrukt in geld. Het opdrachtgevercollectief hoopt hiermee niet alleen bij te dragen aan een efficiëntere aanwending van overheidsmiddelen voor kinderopvang, maar ook aanknopingspunten te bieden voor een betere werking van de kinderopvangmarkt. Een berekening van de maatschappelijke kosten en baten van het Waarborgfonds Kinderopvang is onderdeel van de MKBA Kinderopvang.
Mede in het kader van de toekomstagenda is met het Centraal Bureau voor de Statistiek eind 2010 een samenwerkingsverband aangegaan om transparantie in de kinderopvang te stimuleren. Gecombineerd met de in 2011 geplande website ‘Benchmark Kinderopvang', waarop de benodigde bedrijfsgegevens worden verzameld, biedt het kinderopvangorganisaties bovendien de gelegenheid om via onderlinge prestatievergelijking te leren.
2010 Was een bewogen jaar. Een jaar, waarin het Waarborgfonds alles op alles heeft gezet om aan de situatie van capaciteitstekort een einde te maken. 2011 Wordt ongetwijfeld opnieuw een dynamische periode, waarin vooral verandering centraal staat.
John Ringens, directeur






