Eén school voor alle peuters

NRC | Rotterdam | Zuid-Holland

Volgens de wethouders van de vier grote steden zou er één instelling moeten komen waar peuters tussen 2,5 en 4 jaar oud een beperkt aantal uren per week naar school gaan.

4 kleuters buiten.jpgNu zijn er twee verschillende ‘voorscholen’. Peuters die risico lopen op een leerachterstand gaan naar de peuteropvang met een voorschool, de andere peuters naar de kinderopvang. Dat werkt segregatie in de hand, zeggen de wethouders.

Voor- en vroegschoolse educatie wordt gezien als belangrijk middel om de toenemende kansenongelijkheid in het onderwijs tegen te gaan. Het nieuwe kabinet investeert er 170 miljoen euro extra in. Kinderen die risico lopen op een leerachterstand krijgen in plaats van tien uur, zestien uur per week taal- en rekentraining.

De wethouders van de vier grote steden vinden dat álle peuters naar een voorschool zouden moeten; niet alleen de kinderen die risico lopen op een achterstand. Amsterdam, Rotterdam en Den Haag bieden daarom al voorschoolse programma’s voor een bredere doelgroep dan het kabinet beoogt.

Voor- en vroegschoolse educatie wordt grotendeels gefinancierd vanuit het budget voor onderwijsachterstandsgelden, dat het Rijk onder gemeenten en scholen verdeelt. Minister Arie Slob (CU) zal komende regeerperiode over een herverdeling beslissen, waardoor de grote steden miljoen euro’s minder dreigen te krijgen.

Het ministerie van OCW zegt dat de achterstandsgelden zijn bedoeld voor leerlingen die risico lopen op achterstanden. En niet, zoals grote steden willen, voor alle peuters. De steden denken alle peuters educatie te kunnen aanbieden als de financieringen van kinderopvang en voorschool worden samengevoegd. Nu is een deel ondergebracht bij Sociale Zaken – onder de noemer ‘arbeidsparticipatie’ – en het andere deel komt van Onderwijs.

Naar artikel

13/12/2017 / Extern nieuws
Gerelateerd