De aanvraag

Om voor een borgstelling of garantie in aanmerking te komen, dient u een complete aanvraag in. Voor ondersteuning bij het formuleren van een borgstellingsaanvraag, kunt u een terecht bij een adviseur met kennis van bedrijfsvoering (in de kinderopvang) of contact opnemen met Waarborgfonds Kinderopvang.

Hieronder vindt u de verschillende stappen die belangrijk zijn om door te nemen bij het aanleveren van een complete aanvraag.

  1. De aanvrager
  2. De ontvanger
  3. Hoe aan te vragen
  4. Benodigde informatie
  5. Analyse en beoordeling
  6. Verstrekking en beheer

1. De aanvrager

Een aanvraag kan worden ingediend door een organisatie zoals omschreven in hoofdstuk 1, paragraaf 2.3 van het Reglement voor borgstellingen en garanties. De aanvrager is de organisatie die een aanvraag indient voor een product zoals bedoeld in artikel 2.2. 

Onder organisatie wordt voor de producten zoals bedoeld in artikel 2.2a en 2.2b verstaan:
a. een organisatie die een of meerdere kindercentra zoals gedefinieerd in de Wet kinderopvang (artikel 1 sub 1.d) exploiteert;
b. een organisatie die een of meerdere gastouderbureaus zoals gedefinieerd in de Wet kinderopvang (artikel 1 sub 1.e) exploiteert;
c. een organisatie die een of meerdere scholen zoals gedefinieerd in de Wet primair onderwijs (artikel 1) exploiteert;
d. een organisatie die een of meerdere peuterspeelzalen zoals gedefinieerd in de Wet kinderopvang (artikel 1 sub 2.b) exploiteert;
e. een onroerend goed organisatie die statutair en/of bestuurlijk is gelieerd aan een of meerdere als in dit artikel onder a. tot en met d. omschreven organisaties.

Onder organisatie wordt voor het product zoals bedoeld in artikel 2.2c verstaan:
f. een organisatie die investeert in een ruimte bestemd voor kinderopvang in een Brede school of multifunctionele accommodatie, niet zijnde een organisatie zoals bedoeld onder 2.3 onder a tot en met e.

Nadere toelichting

Ad e) Om fiscale, organisatorische en/of juridische redenen kan een kinderopvangorganisatie met eigen onroerend goed (waar dagopvang en/of buitenschoolse opvang plaatsvinden) ervoor kiezen om dat onroerend goed onder te brengen in een gescheiden onderneming, veelal in een besloten vennootschap of stichtingsvorm. Indien deze onderneming statutair en/of bestuurlijk is gelieerd aan de kinderopvangorganisatie, biedt het Waarborgfonds Kinderopvang haar de mogelijkheid een borgstelling en/of garantie aan te vragen. Voorwaarde is dat het statutair en/of bestuurlijk gelieerd zijn (voldoende) wordt aangetoond door de aanvrager. Dit kan onder meer met uittreksels van de Kamer van Koophandel, de statuten en met organogrammen.

Ad f) Het Waarborgfonds beslist of een organisatie onder de werking van sub f valt. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan een beheersstichting of bijvoorbeeld een institutionele belegger.

Terug naar boven

 

2. De ontvanger

Hoofstuk 1, paragraaf 2.4 van het reglement voor borgstellingen en garanties benoemt drie partijen die op verzoek van de kinderopvangonderneming een borgstelling en/of garantie kunnen krijgen:
a. Kredietverschaffers
b. Verhuurders
c. Overige investeerders

Ad a) Kredietverschaffers komen in aanmerking voor een borgstelling.
Het Waarborgfonds accepteert enkel kredietverschaffers die in het deelregister "Kredietinstellingen en financiële instellingen" zijn opgenomen van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Het register is te raadplegen bij De Nederlandsche Bank.

Daarnaast worden (lagere) overheden geborgd, die op hun beurt een kredietverschaffer (geregistreerd bij DNB als hierboven vermeld) borgen, dieeen financiering verstrekt aan een organisatie. Het Waarborgfonds verstrekt in zo'n geval een achterborg. De reden voor deze constructie ligt geheel in het feit dat de organisatie op deze manier profiteert van lagere rente die geboden wordt door de kredietverschaffer voor het feit dat als zekerheid een gemeentegarantie wordt verstrekt.

In een bepaalde omstandigheid worden vastgoedfondsen en institutionele instellingen gelijkgesteld aan kredietverschaffers. Het betreft de situatie waarbij deze partij eigenaar wordt van een op te richten kinderopvanglocatie/Brede school en daarbij ook de inrichting van ruimte ten behoeve van de kinderopvang financiert voor de gebruiker. Ten behoeve van de financiering kan de partij een borgstelling wensen. Het Waarborgfonds beoordeelt de mogelijkheid voor afgifte van een borgstelling en zal bij een positief besluit de overeenkomst met de kinderopvangorganisatie aangaan en de borgstelling verstrekken. Overigens wordt de voorkeur gegeven om, los van de geldende afspraken in het borgstellingsreglement en de aktes, zoveel mogelijk met kredietverschaffer(s) samen te werken in arrangementsverband.

Ad b) Verhuurders komen in aanmerking voor een huurgarantie.
Denk hierbij aan woningbouwcorporaties, onderwijsinstellingen, institutionele beleggers en overige partijen.
Het Waarborgfonds stelt daartoe de volgende voorwaarden:
● Het huurcontract dient te zijn opgesteld conform het meest recente ROZ-model.
● De voorwaarden van het huurcontract dienen het Waarborgfonds te conveniëren.
● Er dient te worden aangetoond dat de ruimte geschikt is voor kinderopvang.
● De huurder dient een geregistreerde kinderopvangorganisatie te zijn.

Ad c) Overige investeerders komen in aanmerking voor de leegstandsgarantie.
Het moet dan wel gaan om een organisatie die investeert in een ruimte bestemd voor kinderopvang in een Brede school of multifunctionele accommodatie (MFA).

Terug naar boven

 

3. Hoe aan te vragen

Een aanvraag wordt ingediend door overhandiging van alle benodigde informatie aan team Risicobeheer, Planning & Controle. Van dit team hoort u vervolgens of de door u aangereikte informatie volledig en correct is. Als aanvrager van de borgstelling dient u een verklaring over de juistheid van de aangeleverde informatie te ondertekenen.

Terug naar boven

 

4. Benodigde informatie

Bij het aanvragen van een borgstelling of garantie moet de aanvrager diverse bescheiden aanleveren. Mede afhankelijk van het type borgstelling of garantie kan het gaan om een ondernemingsplan inclusief markt- en concurrentieonderzoek, jaarrekeningen, prognoses en andere (financiële) gegevens. Het Waarborgfonds bepaalt wanneer de aanvraag volledig is.

Terug naar boven

 

5. Analyse en beoordeling

Het Waarborgfonds analyseert en beoordeelt de aanvraag aan de hand van objectieve criteria. Deze zijn vastgelegd in het Reglement voor borgstellingen en garanties en in richtlijnen ten aanzien van specifieke situaties. Voor startende organisaties wordt vooral de eigen inbreng gewogen. Voor bestaande organisaties wordt naar de continuïteit als geheel gekeken, in combinatie met het bedrijfsmatig risico. Indien nodig worden extra voorwaarden geformuleerd, waarbij wordt uitgegaan van het bereiken van een solvabiliteit van minimaal 10%. Verder wordt getoetst op de wettelijke en convenanteisen, zoals die met betrekking tot de omvang van ruimtes.

De risicoanalyse en de uiteindelijke beoordeling zijn maatwerk per organisatie. De commissie Borgstelling & Belegging adviseert het bestuur over te nemen besluiten.

Terug naar boven

6. Verstrekking en beheer

De verstrekking van een borgstelling wordt contractueel vastgelegd in een akte (tussen de ontvanger en het Waarborgfonds) en overeenkomst (tussen de aanvrager en het Waarborgfonds). Hierdoor ontstaat er een driehoeksverhouding die pas eindigt nadat de borgstelling afloopt of tussentijds wordt opgeheven. Bij ondertekening van de akte en overeenkomst gaan de drie partijen akkoord met de daarin vermelde (informatie)rechten en -plichten. De ontvanger moet bijvoorbeeld ieder jaar een vastgestelde jaarrekening over het voorgaande boekjaar aanleveren, en een begroting voor het eerstvolgende boekjaar.

Terug naar boven