Eén opvang voor alle kleuters 

Trouw | Nederland

De opvang van peuters moet anders worden aangepakt. Er moet één instelling komen voor alle kinderen van 2,5 tot 4 jaar, schrijft een landelijke coalitie van gemeenten, scholen, kinderopvangorganisaties en welzijnsorganisaties. Voor het eerst ligt er een plan dat dit landelijk mogelijk moet maken.

In principe komen jonge kinderen op dit moment op twee verschillende plekken terecht: peuters met het risico op een leerachterstand kunnen naar een voorschool, kinderen zonder dat risico gaan naar de kinderopvang. Dan zijn er nog kinderen die thuis zijn, of bij een gastouder. Die verschillende soorten opvang werken kansenongelijkheid en segregatie in de hand, aldus de maatschappelijke organisaties. Door de kinderen fysiek bij elkaar te zetten, krijgen ze gelijke kansen.

De discussie over de peuteropvang loopt al jaren. Maar voor het eerst hebben alle betrokken organisaties samen met gemeenten en ouders een plan gemaakt voor een ‘peutervoorziening’. Het ideaal: kinderopvang met de kwaliteit van voorschoolse educatie waar alle kinderen vanaf 2,5 jaar 640 uur per jaar recht op hebben. Dat komt neer op veertig weken per jaar, zestien uur per week. Meer kan, en jongere kinderen zijn ook welkom, maar dat komt voor rekening van de ouders. De ouderbijdrage is inkomensafhankelijk. Kinderen die dat nodig hebben krijgen vanaf 2,5 spelenderwijs lesjes, zoals bij een voorschool.

Lees hier het volledige artikel met daarin reacties van Rinda den Besten (PO-Raad), Sharon Gesthuizen (Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang) en het ministerie. 

Lees ook het opiniestuk van Rinda den Besten en Sharon Gesthuizen: Gelijke kansen, om te beginnen voor peuters 

 

 

28/03/2018 / Extern nieuws
Gerelateerd